maandag 2 juni 2014

Oud genoeg om te tellen

Ik hoef dat niet meer te vertellen, dat vorige week Vlaanderen geel-zwart kleurde. We werden gepaaid met de troost dat andere partijen zwaar achterover getuimeld waren. Maar wat zijn we daarmee, als de winnaars niet meer dan trieste overlopers zijn. Of dat onze stad toch nog steeds een rood-groene bril draagt. Ja, maar we worden ouder en groter en niet al onze ledematen passen nog altijd in deze ene stad. We zwermen uit, tijdelijk of sedentair, en wat als we op die nieuwe plek ons schuldig moeten voelen over elke gemorste kruimel.
Soit, wat zou ik over politiek een blad vullen, ik ken er helemaal niets van.

Ik wilde het enkel even hebben over dat ouder worden, dat uitzwermen.
Ons ouder worden werd bewezen door de mate waarin we afgelopen zondag werden opgeroepen om te gaan controleren of tellen. We mogen dat nu. We naderen de dertig of passeerden die mijlpaal recentelijk. We zijn nu verstandig en worden vertrouwd in bepaalde capaciteiten. We tellen mee, we zijn nu volwassen.

Toen ik me dat bedacht, overschouwde ik dat volle wasdom van anderen en mezelf. Hoe we de duplo's en schoolbanken achter ons lieten en werken. Soms meer dan we willen, soms op een andere manier dan gedroomd, soms plots niet meer. We zijn absoluut bereid tot werken, we kunnen berekenen, vertalen, bouwen. Indien nodig willen we ook gerust de vaat doen. Niemand die dat gelooft en ons toestaat. We verlangen nochtans echt naar werk. Omdat het onze passie is, omdat we een huis kochten of omdat de avonturier in ons op reis wil.

We reizen ver en lang. We willen de wereld vanuit elk perspectief zien, hebben het gevoel in onze eigen stad alles en iedereen teveel gezien te hebben of denken dat het zal helpen vergeten. We blijven thuis omdat de wereld zoveel heeft te bieden dat we niet kunnen kiezen, omdat we een huis kochten of omdat we weten dat niet ruimte maar enkel tijd kan doen vergeten.

We vergeten, we zoeken een nieuw lief en vinden geen. We vinden één en voelen krampachtig hoe we het alweer verliezen. We hebben een lief en zien het doodgraag en plots niet meer. We hebben geen honger maar wel buikpijn. We verstaan de ander niet en onszelf nog veel minder. We denken dat het nooit meer goed komt en een jaar later kopen we een huis met iemand nieuw. We gaan met ons lief tweewekelijks naar ons ouders en zien elke keer opnieuw de twijfel in de ogen van ons ma. We vragen ons af of dit volwassen zijn is.

(Julie Van Wezemael)

We zijn volwassen, dus in het weekend gaan we fietsen, winkelen, eten. We zien familie en vrienden van vroeger. We verkiezen echter onze vrienden van nu en bij voorkeur bij nachte. Er wordt gedronken en gedanst en de nacht wordt benut om alle ballast in weg te stoppen. We willen vergeten en de volgende ochtend herinneren we ons soms minder dan gewenst.

We wensen iedereen alle goeds. Onszelf misschien stiekem nog het meest. Maar de ander ook, zeker weten. Zolang het onze eigen voorraadpot aan geluk niet doet slinken. Dus feliciteren we elkaar hartelijk met onuitputtelijke voorspoed. Baby's, huizen, carrières. Daar draait het om en over de rest zwijgen we.

We zwijgen tot het niet meer lukt en we bij die enkelingen moeten aankloppen met de beste koffie. We kunnen er ons schouders laten hangen, keer op keer hetzelfde betreuren of simpelweg zeggen dat we het allemaal niet weten. De enkelingen weten het vaak ook niet en net dat geeft ons troost. Samen met de hete koffie en de schouderklopjes. We stappen buiten en voelen ons opgelapt, misschien zelfs wat ouder en verstandiger.

We hebben duizend manieren om het project volwassenheid te realiseren. Ze hebben nog niet allemaal hun succes bewezen. Maar soms voelen we het: we zijn nu oud genoeg om te tellen.

maandag 7 april 2014

Gepekt gezicht

Echte lenteweekends zijn het. Genieten van de zon wanneer die er is, met wandelingen, lummelen in het park en de obligate eerste barbecue. Gezellig binnenkruipen wanneer het miezert en de (hopelijk) laatste druildagen aangrijpen om echte coconactiviteiten te doen. Nog wat laatste bioscoopbezoeken, voor de zon dat zonde laat lijken. Knus in de koffiebar, voor de terrassen ons definitief verleiden. Musea, voor de jolige zomersfeer het overneemt.

Borremans - The ear

Gisterenmiddag (miezermiddag) trokken we richting BOZAR. Enkele maanden geleden gingen we al kijken naar Borremans’ werk van het afgelopen jaar. 13 verse werken in 2013, waaronder de reusachtige publiekstrekkers die toen ook al overdonderden. Toen was er weinig of geen volk, gisteren was het netjes in colonne langs de doeken en tekeningen schuifelen. Maar het maakte niet uit. De afgewende gelaten fascineerden even sterk, de geoliede lichamen verleidden evenveel. Ik keek van ver en van dicht, bestudeerde minutieus uitgewerkt textiel, twijfelde tussen de tijdelijke of eeuwige slaap van figuren, ging protestloos mee in een wereld zonder onderlichamen.

Borremans - Automat

En voor het eerst voelde ik de lichamelijke inslag van een schilderij. Ik had de reusachtige Angel al tot in detail bestudeerd, daar in Antwerpen (Zeno-X), maar ons weerzien wrong mijn maag dicht zoals ik dat in een museum nog niet ervoer. Ergens tussen geschrokken en gechoqueerd liet de 3 meter hoge engel me achter. Een gepekt gelaat, boksersarmen, een geplisseerd disneykleed en de aankondiging van de ondergang, niet verklappend of het die van zichzelf of die van ons is. Ik kan het niet uitleggen in culturele-bijlage-termen maar amai-wohow-waar kan ik mij efkes zetten.

Ga gerust kijken, nu de zomer nog niet definitief is doorgebroken en indoor-activiteiten nog volledig te rechtvaardigen zijn. Ik beloof dat ge achteraf niet gaat denken “Was ik maar gewoon op zondagse koffie bij tante Madeleine geweest.”

Ondertussen non-stop in mijn hoofd: 

woensdag 19 februari 2014

Uitgeklaard wolkendek

Voor mijn stiltes excuseer ik me al lang niet meer.
Dingen komen en dingen gaan, zolang ik maar weet dat ze terugkomen.

Bijna 8 weken stilte, waarvan ik er 6 hard-hard werkte.
Zo hard, dat ik zaagde en klaagde, mopperde en sakkerde, dagen en nachten door deed, hoofdpijn had en keelpijn kreeg. Dat ik in heel mijn leven nog nooit zo hard gewerkt heb en al! Dergelijke uitspraken. Maar ook 6 weken waarin ik de interessantste dingen las, het plezier van (professioneel) schrijven herontdekte, beter wist wat ik wou en veel-veel hulp kreeg. Verbeterrondes, suggesties op alle vlak, voorzichtige aanfluitingen maar ook bloemkool in kaassaus.
En daarna 2 weken van niet goed weten wat gedaan, nog eens overdenken en piekeren en een soort uitgestelde en langgerekte opluchting die meer tijd vroeg dan verwacht.

En toch, los van dat alles, begon alles misschien met een oud mannetje met een wollen broek aan.



Ik fietste huiswaarts. Mijn boodschappenlijst was niet omvangrijk geweest, de rijen aan de kassa vielen mee, de winterzon scheen. Die avond zouden ik en iedereen oudejaar vieren. Op mijn hoofd de koptelefoon, uit de boxen Elbow. Ik fietste verder. Ik dacht aan de knolselderpuree die ik zou maken.

Exact vijf straten voor de mijne, stofte een oude man zijn rolluik af, met zo een klein handborsteltje. Hij stond op een drietrapsladdertje en had een grijze wollen broek aan. Hij stofte met een grote secuurheid en vanuit een noodzaak, zo leek het. Voor hem was er niets behalve de ideale winterzon die het stof deed glimmen en zijn borsteltje dat daar komaf mee maakte. 
En toen voelde ik het. Grote, dikke tranen over mijn kaken. 
Net als in de films, bereikte Elbows lied net zijn hoogtepunt.

Er was geen oorzaak en geen reden, maar het hield niet meer op. Ik stampte puree, bakte taartbodems af, schikte kunstig preischeuten bovenop en ondertussen moest ik keer op keer een zakdoek zoeken. Het leek eender welk lied er passeerde, het volstond voor verse tranen.



(Ok, die trekt er wat aan, maar het spijtige is dat het toch altijd werkt)

Bijna een week lang klonk de echo van dat onverklaarbaar uithuilen. Ik wist niet waarin verlichting te vinden was; er was immers weinig bezwarends. Dus zocht ik niet en wachtte gewoon af. Ik trachtte gewoon verder te doen, vroeg mij af en wist niet wat er over te zeggen.

Een week later trok de mist op, even snel en spontaan als hij was gekomen. In een gewoon café, met vaste vrienden die niets bijzonders zeiden of deden. Hun vertrouwde verhalen en grappen sloegen het wolkendek plots in ontelbaar kleine stukjes, die met het laatste drankje plots allemaal waren doorgespoeld. Zo eenvoudig, hop, weg.
Ik wist opnieuw niet wat te zeggen en wist amper mijn opluchting te verbergen.
Ik vroeg mij niet meer af. Eindelijk gewoon verder doen.
En voor de zekerheid niet meer langs het mannetje met de wollen broek passeren. 

dinsdag 24 december 2013

Fijn kerstfeest!

En vergeet de huisdieren niet te betrekken!


zaterdag 21 december 2013

Wie redt Blankenberge?

Onder het werkexcuus reis ik de laatste weken heel Vlaanderen af,
van Wemmel naar Wilrijk, van Moerkerke naar Halle, hophop, telkens voel ik mij stiekem een padvinder, in mijn fantasie is mijn boekentas rood-wit-gestipt met een stok door.
Het kon niet eeuwig uitblijven en afgelopen vrijdag was het eindelijk zo ver: ik mocht naar Blankenberge.

Ik keek daar naar uit. t Zeetje en al!
En vooral: grappig-marginaal. Zo stel ik mij Blankenberge consequent voor. Hamburgerkramen, roze sweaterstof en luna parken. Ik zag dat helemaal zitten.

Viel mij dat tegen.
Blankenberge was helemaal niets.
Het station was afgebroken, de trein vond het maar sporadisch de moeite er te passeren.
Ik hield de moed er in. Extra tijd voor de golven, voor de Frans Bauer Brasserieën, voor 10 paar tenniskousen aan 3€.

Helaas.
Alles bleek gesloten. Strandwinkels, in mijn kindergeheugen volgestouwd met vliegers, crêpe bloemen en opzichtige heuptasjes, stonden leeg en uitgewaaid, zij aan zij aan zij, soms wel 5 geraamtes naast elkaar. In de brasserieën stonden de tafels gedekt, maar hingen de bordjes op gesloten en lag er wekendikke laag stof. Verhuiswagens stonden voor appartementen en haalden gebloemde sofa's en glazen salontafels naar beneden.

Meteorologisch zat het ook niet direct mee.
De wind was hard en koud. De zee ging geruisloos over in de grijze lucht. De pier stond onscherp eenzaam en leeg te wezen.



Geen Blankenberg-crisis die niet kan opgelost worden door een croque-monsieur, bemoedigde ik mezelf. Ik ging één van de enige geopende dijkdinges binnen.
Er was een rond aquarium ingebouwd in de muur, er hing kerstversiering die al enkele decennia dienst had bewezen. Het komt goed, dacht ik.
Doch. De bediening was er zo traag dat ik ook mijn volgende trein miste, ze slaagden er in "lekkere pizza's uit onze steenoven" naar diepvriespizza te doen smaken en het hondje van de trouwe klant interpreteerde het tapijt als sanitair. Grappig-marginaal ontvouwde zich als intriest.
Wie of wat is nog in staat Blankenberge te redden, vroeg ik me af.
Het zal een erg flinke zomer moeten zijn.

zaterdag 23 november 2013

Wenen (van het lachen)

Soms word ik draaierig van de omvang van de wereld.
Zoveel te zien!
Zoveel te doen!

Ik heb nog veel tijd, 
maar omdat ik nu ook niet alles wil uitstellen tot mijn pensioen, 
trok ik de afgelopen dagen naar Wenen. 
Was mij dat schoon en plezant!

We bezochten er het Joods gedenkmonument, 
opgetrokken uit honderden stenen boeken in een soort negatief-constructie.


We aten er Schnitzels, Sachertorte en op tijd en stond en ter vertering van het elitair operapubliek een goeie Käsekrainer.


De eerste kerstmarkten waren al van de partij, de Gluhwein van dienst werd getest en gekeurd. 

Zoek ons, de Wally's met Groene Parka's!
We veroverden het beste uitzicht op het Riesenrad



We bezochten Sisi's kasteel, helemaal zoals dat hoort met passend vervoer. 


We integreerden ons in het Secessiongedachtengoed en -gebouw. 



We inspecteerden de modellen van Lucian Freud van naderbij. 


En we deden nog zoveel meer!
Maar ge ziet het al, het was een echte inleefreis. 

Een echt verslag, boordevol hippe tips and tricks,
komt er in de loop van volgende week aan. 
Tot dan moet ge het nog even stellen met de Google-image beelden en het plakwerk van de reisgenoot
Schüss! 

maandag 11 november 2013

In tweevoud

Soms, wanneer ik zie hoe mijn vader zijn handen vouwt of een verbaasd gezicht trekt, denk ik: dat ben ik. 
Soms, wanneer ik mijn eigen manier van redeneren analyseer, denk ik: dat is mijn ma. 

Soms liggen de gelijkenissen echter elders. 
Ondertussen meer dan 5 jaar geleden, 
we zaten op de metro in Berlijn. 
De avond was vroeg gevallen, 
de tl-buizen verlichtten de frontaal naar elkaar gerichte en lange zitbanken. 
Ik voelde de vriendin naast me schrikken. 
Wat er wel mocht wezen? 
"Daar, dat is precies jouw broer". 
Ik verwachtte een lange slungel met zijn gestalte als voldoende gelijkenis. 
Maar huh. 
Dat was precies mijn broer. 
Die kleine, lichte ogen, die precies nooit echt kunnen focussen. 
Dat lichtbruine, sluike haar. 
Die houding, die snel afgewende blik. 
Dat fijne gezicht, die lange vingers die altijd een beetje friemelen. 
Nooit ben ik nog zo een onverwante dubbelganger tegengekomen. 



Even hard door dit fenomeen gefascineerd, 
reisde Francois Brunelle Noord-Amerika af,
op zoek naar broers en zussen zonder bloedbanden. 
Meer foto's HIER


Fijn kijkvoer op deze vrouwendag/wapenstilstand/extra zondag!