woensdag 23 maart 2016

De vrijheid van glad ijs

We kunnen niet langer zeggen dat het nu wel erg dichtbij komt.
We zitten er midden in en we zijn er van doordrongen. Het is als kleverig stof dat we niet zomaar van ons vegen.

We hebben tijd nodig om ons op te frissen en dat doen we in de veilige baken van tv-dekens en herhaalde nieuwsuitzendingen. Terecht en troostend. Maar laten we ons hoeden voor het huiselijk jargon waarin we onszelf als lijdend voorwerp opvoeren.
Laten we dit vooral niet persoonlijk nemen. Laat ons hierboven staan.


Laten we de straat op gaan, op weg naar ons vast café om bij te praten, of alleen, om onze gedachten wat lucht te geven. Laten we solidariteit zoeken, desnoods met verbeten, verheven en overslaande stem. Maar laten we die ook uitpuren en consolideren wanneer we achteraf stil naar huis wandelen. Laten we beide verenigen in een gedreven mildheid, in een aangescherpt denken zonder al te scherpe tong. Laat ons dit langer volhouden dan enkele urgente dagen.


 :
(Bron)
We zullen onszelf en elkaar van onder de verstomming uit halen, met een stem die luid noch politiek behoort te zijn. De verslagenheid kleeft ons op het vel, maar we moeten er ons uit los wrikken en opnieuw bewegingsvrijheid zoeken. We mogen niet wachten tot de angst helemaal is gestold en we niet meer uit dat keurslijf raken. Het hoeft niet met weidse gebaren of grote uithalen. Ook een diep inademen kan de klei doen barsten. Het is als opnieuw schaatsen na een ongelukkige val. We zijn voorzichtig bij de herstart, maar we geven de angst geen tijd om te groeien. Het ijs is soms akelig glad, maar we moeten vooral herinneren en bevestigen welk gevoel van vrijheid het ons schenkt.